HET DICHTEN VAN DE GEZONDHEIDSKLOOF: EEN SUCCESVERHAAL UIT INDIA

28 / 07 / 2020

©Tim Dirven

Veertig jaar geleden schopte volgende boodschap een geweten: een man met een vis in zijn hand werd afgebeeld vergezeld van de Chinese spreuk: Als je een man een vis geeft, zal hij één dag eten. Leer je hem vissen dan heeft hij elke dag te eten. En hoewel we er vandaag nog aan zouden toevoegen: ga het gesprek met de man aan en vraag of hij wel vis wil eten, toonde deze poster toen een belangrijke verschuiving die bezig was binnen de ontwikkelingssamenwerking. Niet langer hulp, maar de ondersteuning bij emancipatie werd het uitgangspunt. Het begin van een Copernicaanse revolutie.

Deze aanpak wordt vandaag veelvuldig toegepast en werpt haar vruchten af. Tijdens een terreinbezoek aan India afgelopen jaar voor Memisa maakte ik kennis met de realiteit ter plaatse en ervaarde ik hoe complex die is.

Op papier klinkt het Indiase gezondheidsplan voor 2017-2025 zeer goed: een daling van de moeder- en kindsterfte, een langere én gezondere levensduur, betere gezondheidsdiensten, een gezondheidsdekking, …. Maar in de praktijk ontbreekt het aan middelen hiervoor. Het recht op gezondheid wordt in India namelijk niet beschouwd als een fundamenteel recht want indien dat wel zo was, zouden er meer middelen opzij worden gezet. Op het platteland zijn de gezondheidscentra schaars en de meeste beschikken niet over voldoende geld. Er bestaat wel een systeem van staatsteun en pensioenen, maar een groot deel van de bevolking is hier niet van op de hoogte en weet niet hoe hier aanspraak op te maken. Bijgevolg is 70 procent van de bevolking afhankelijk van medische zorgen uit de privésector. Die vaak (te) duur zijn en/of van slechte kwaliteit. Mensen met een laag inkomen doen een beroep op verzorgers zonder diploma die zichzelf dokters noemen, maar niet de juiste kennis hebben. Bovendien isoleert armoede. Iedereen trekt zich terug in zijn eigen cocon, is aangewezen op familie om te overleven.

In deze context was het zinvol om enerzijds een gemeenschapsdynamiek van solidariteit te creëren en anderzijds de burgers op de hoogte te stellen van hun rechten.  De medische ngo Memisa werkt al 16 jaar samen met West Bengale Volunteering Health Association (WBVHA) en 30 lokale partners in 5 districten van West-Bengalen en ondersteunt zelfhulpgroepen die vooral de meest kwetsbaren in de maatschappij (vrouwen, kinderen, ouderen en personen met een handicap) samenbrengt.

Deze groepen zijn het voorbeeld bij uitstek van bovengenoemde paradigmaverschuiving. De methode om verandering teweeg te brengen is participatief. Lokale medewerkers en vrijwilligers leiden de groepen. Eerst brachten ze hun vrienden en buren bijeen. Nadien werd de groep uitgebreid tot een deel van de gemeenschap, die – met succes – geregeld samenkomt om haar behoeften te bespreken en te kijken hoe ze haar rechten kan opeisen. Zo werden er ziekenfondsen en microfinancieringsprojecten in het leven geroepen. Ze helpen mensen die de officiële talen niet spreken bij het invullen van documenten die recht geven op pensioen en overheidssteun, ze organiseren medische hulp en eisen van hun lokale autoriteiten de rehabilitatie van gezondheidscentra en de aanstelling van gekwalificeerd personeel, ze voeren campagnes voor het opsporen van ziekten en de vragen om vaccinatiesessies,… Kortom netwerken die veranderingen eisen van hun verantwoordelijke regeringen.

Zoals Sakum LEPCHA, de voorzitter van een partnervereniging (People’s Forum) uitlegt: “In het begin was de regering niet tevreden. Ze wilde niet dat we de problemen blootlegden. Maar wij spraken met de pers en dwongen de overheid tot actie. We waren niet bang, we wisten dat de bevolking ons steunde. Nu doet de regering wat ze moet doen en steunt ze onze initiatieven. Verandering is mogelijk.”

Het merendeel van deze groepen wordt geleid door vrouwen en jongeren. Deze rol draagt bij aan hun emancipatie en hun functie kan een mentaliteitswijziging  in de samenleving teweeg brengen.

Vandaag coachen Memisa en WBVHA 5 fora van ngo’s in 5 Indiase districten en brengen ze 40 lokale ngo’s samen die 4,7 miljoen mensen bereiken. Er is een netwerk van dorpscoördinatoren ontstaan die nadenkt over en welke acties het gezondheidsbeleid kan verbeteren. Deze groepen beperken zich niet enkel tot het thema gezondheid, maar houden zich ook bezig met andere onderwerpen zoals klimaat, kinderhandel, gendergelijkheid, de strijd tegen vervuiling, … En dit werkt. Ook in andere regio’s ontstaan er spontaan zulke groepen.

In de onstabiele situatie waarin de wereld zich op dit moment bevindt en waarin de kaarten en budgetten voor ontwikkelingssamenwerking zullen worden herverdeeld, is het van essentieel belang dat deze communautaire aanpak wordt ondersteund, wil ontwikkelingssamenwerking een duurzame impact hebben. Maar in het licht van de door COVID-19 veroorzaakte crisis zal deze aanpak alleen niet voldoende zijn om samenlevingen in staat te stellen zich duurzaam te ontwikkelen. Overheden moeten blijven investeren, want de coronacrisis zorgt voor een daling van 700 miljard dollar aan particuliere investeringen. Wat 60% meer is dan de onmiddellijke gevolgen van de wereldwijde financiële crisis in 2008 (cijfers OESO, juni 2020).

Op korte termijn blijft overheidsfinanciering een belangrijke buffer. De actoren binnen de ontwikkelingssamenwerking zullen samen moeten blijven werken om ervoor te zorgen dat de inspanningen van overheden tot goede resultaten leiden. Ook het terrein zal zijn steentje bijdragen. En de burgers… die doen al lang het nodige.

Agnès Philippart, lid van de raad van bestuur van Memisa

Elke gift telt!
Fiscaal aftrekbaar vanaf 40 euro per jaar
Prenatale consultatie voor 5 vrouwen
25€
Transport en een keizersnede die het leven van een zwangere vrouw redt
40€
Reanimatiekit voor premature baby’s
60€